Bereid de Box-installatie voor
Bereid de installatie samen met de locatiebeheerder voor. Gebruik de elektrische specificaties en omgevingslimieten van het geleverde Box-model.
Controleer de geïnstalleerde versie en projectafspraken voordat u een functie gebruikt.
Voordat u de voeding inschakelt
- Noteer het model en serienummer. Vraag de goedgekeurde hardwarespecificatie op.
- Controleer voeding, montage, ventilatie en omgevingstemperatuur aan de hand van die specificatie.
- Stem de internetverbinding en het machinenetwerk af met de netwerkbeheerder.
- Noteer het PLC-model, de firmware, het protocol, het IP-adres en de benodigde datapunten.
- Bepaal wie lokaal beheerder wordt en wie de installatie accepteert.
Stel de Box in en controleer de werking
- Sluit de goedgekeurde voeding en netwerkkabels aan. Houd het machinenetwerk en de internetverbinding gescheiden als het ontwerp dat vereist.
- Gebruik de bijgeleverde toegang voor ingebruikname. Rond de eerste inrichting in Edge Console af en bescherm de beheerdersgegevens.
- Controleer de servicestatus en geïnstalleerde versies in Edge Console.
- Configureer de afgesproken gegevensbron. Vergelijk enkele waarden met het machinescherm.
- Open de benodigde app via Edge Console of Connect. Test de rechten van de beoogde gebruikers.
Draag de installatie over
Leg het netwerkplan, de versies, datakoppelingen en testresultaten vast. Bewaar herstelgegevens op de afgesproken beveiligde plaats.
De PLC en de ontworpen veiligheidsvoorzieningen blijven verantwoordelijk voor de machinebesturing. Een opdracht die het proces wijzigt, vereist een afzonderlijk ontwerp, toestemming en test.